Gordinglassen worden gebruikt om houten gordingen, balken of regels in de lengte met elkaar te verbinden. Ze komen vooral voor wanneer een enkele houtlengte niet voldoende is of wanneer bestaande houten delen constructief moeten worden doorgezet. De verbinding moet dan niet alleen de delen bij elkaar houden, maar ook passen bij de richting waarin krachten door het dak- of houtwerk lopen.
De eerste controle ligt bij houtmaat, oplegging en de plaats van de las. Een gordinglas hoort niet willekeurig in het veld te worden gekozen: de positie ten opzichte van steunpunten, spanten en belasting bepaalt hoeveel buiging, trek of afschuiving de verbinding moet opnemen. Ook de breedte en hoogte van het hout bepalen welke laslengte en plaatmaat logisch zijn.
Bij bestaande kapconstructies is daarnaast belangrijk of de gording volledig vrij bereikbaar is. Soms kan aan beide zijden worden bevestigd, soms is er maar beperkt ruimte voor schroeven, bouten of nagels. Die bereikbaarheid bepaalt of een rechte lasplaat, verbindingsplaat of andere houtverbinder praktisch uitvoerbaar is.
Gordinglassen verschillen in lengte, breedte, plaatdikte en gatenpatroon. Een langere plaat verdeelt de kracht over meer bevestigingspunten, terwijl plaatdikte en materiaal bepalen hoeveel stijfheid de verbinding krijgt. Het gatenpatroon moet passen bij de gekozen schroeven, bouten of nagels en bij de minimale randafstand in het hout. Voor lasplaten die met nagels worden gemonteerd, vormen schroefnagels een relevante vervolgstap binnen de bevestiging.
Gebruik niet alleen de buitenmaat van de plaat als selectiecriterium. Ook hartafstand tussen gaten, schroefdiameter, bevestigingslengte, vezelrichting van het hout en afstand tot het uiteinde van de gording laten zien of de verbinding voldoende grip houdt. Voor te kleine randafstanden kan het hout splijten of kan de verbinding minder kracht opnemen dan bedoeld.
Corrosiebescherming speelt vooral bij dakconstructies, buitenwerk, onverwarmde ruimtes of vochtgevoelige details. Verzinkt staal is vaak geschikt voor beschutte houtverbindingen, maar bij vochtbelasting of bijzondere materiaalcombinaties kan een duurzamere uitvoering nodig zijn.
Voor gordinglassen zijn gordinghoogte gordingbreedte en laslengte de eerste maatpunten. Plaatdikte, gatenpatroon en bevestigingsmiddel moeten passen bij het hout. Voor een sterke en nette lengteverbinding zijn randafstand, belastingrichting, bereikbaarheid en onderlinge uitlijning daarna belangrijk. De delen moeten strak tegen elkaar liggen en in dezelfde lijn blijven, anders gaat de las niet alleen verbinden maar ook corrigeren.
Voor herstelwerk is extra aandacht nodig voor de staat van het hout. Scheuren, oude boorgaten, vochtplekken of aangetaste vezels kunnen de opname van schroeven of bouten verminderen. Dan kan een langere las, extra bevestigingspunten of een andere positie verstandiger zijn dan alleen dezelfde maat terugplaatsen.
Voor dakconstructies telt ook of de verbinding in een trekkende drukkende of vooral stabiliserende zone zit. Een gordinglas die alleen als verlenging wordt gezien, kan te licht worden gekozen wanneer windbelasting, dakbeschot of doorbuiging invloed hebben op de verbinding.
Een passende gordinglas verdeelt de krachten rustig over beide houtdelen. Door houtmaat, plaatopbouw en bevestigingspatroon samen te beoordelen, ontstaat een verbinding die de lengte van de gording herstelt zonder onnodige spanning in het hout te brengen.
Elke werkdag van 8:30 tot 17:00!