Sluitplaten worden in het kozijn gemonteerd en vormen het ontvangende deel voor dag- en nachtschoot van een slot. Ze zorgen voor een nette afwerking van het slotgat en helpen tegelijk om het forceren van de deur moeilijker te maken. Een sluitplaat moet daarom passen bij de slotkast, de schootpositie, de kozijnmateriaal en de draairichting.
Een sluitplaat is niet alleen een afwerkdeel. Modelvorm, materiaal en draairichting bepalen hoe nauwkeurig dagschoot en nachtschoot in het kozijn vallen.
De passing begint bij lengte, breedte en doornmaat. Schootuitsparing, schroefgaten, hoekvorm en positie van de opening laten daarna zien of de plaat aansluit op slot en kozijn. Een sluitplaat die net niet klopt, kan zorgen voor rammelen, zwaar sluiten, slijtage aan de schoot of onvoldoende beveiliging.
Een sluitplaat kan bedoeld zijn voor beveiliging, renovatie, nette afwerking of vervanging van bestaand sluitwerk. Bij renovatie vormen totale lengte en breedte de eerste referentie. Schootuitsparing, schroefafstand, hoekvorm en dikte moeten daarna aansluiten op de bestaande sparing. Als die punten afwijken, moet het kozijn vaak worden aangepast.
Afgeronde hoeken en rechte hoeken vragen een andere uitsparing in het kozijn. Een afgerond model sluit vaak aan op machinaal gefreesde sparingen, terwijl een rechte hoek past bij haaks uitgewerkt houtwerk. Ook stompe deuren, opdekdeuren, binnendeuren en buitendeuren kunnen een andere sluitplaat of sluitkom vragen.
Sluitplaten werken samen met het slot. De dag- en nachtschoot moeten vrij in de uitsparing vallen, zonder tegen de rand te drukken. Voor verkeerd geplaatste of versleten sluitplaten kan een deur gaan rammelen, niet goed aantrekken of juist klemmen.
Aluminium is licht, vormvast en corrosiebestendig. Het wordt vaak toegepast waar een nette, egale afwerking gewenst is. RVS is geschikt wanneer vocht, buitengebruik of een duurzame afwerking belangrijk is. Verzinkt staal heeft een beschermende zinklaag en past bij functionele toepassingen waar sterkte en basisbescherming samen nodig zijn.
Materiaalkeuze is vooral belangrijk bij buitendeuren, vochtige ruimtes en intensief gebruikte deuren. Een sluitplaat krijgt bij elke sluitbeweging contact met de schoot. Slijtvastheid, schroefgrip en corrosiebescherming bepalen hoe lang de passing goed blijft.
Draairichting bepaalt aan welke zijde de uitsparing en lip van de sluitplaat moeten zitten. DIN Links en DIN Rechts worden gebruikt om richting en toepassing eenduidig te maken. Een sluitplaat met verkeerde draairichting kan de schoot niet goed ontvangen of geeft een zichtbare afwijking in het kozijn.
Voor vervanging moet de nieuwe uitvoering nauwkeurig aansluiten op de bestaande situatie. Totale maat, uitsparing, schroefafstand, hoekvorm, draairichting en materiaal moeten logisch aansluiten op slot en kozijn. Zo blijft de deur netjes sluiten en behoudt het sluitwerk zijn beveiligende en afwerkende functie.
Voor buitendeuren of zwaarder sluitwerk kan ook de combinatie met sluitkom veiligheidsbeslag, meerpuntssluiting of nachtschoot meespelen. De sluitplaat is dan onderdeel van een groter sluitconcept en niet alleen een losse metalen plaat in het kozijn.
Voor beveiligend sluitwerk moet de sluitplaat voldoende weerstand bieden tegen wrikken of forceren. De schroeven moeten genoeg grip hebben in het kozijn en de plaat moet vlak aansluiten. Een te dun kozijn, beschadigde sparing of korte schroeven kunnen de werking van een goed slot verminderen.
Voor meerpuntssluitingen werken meerdere sluitpunten samen. Dan moet elke sluitplaat of sluitkom op de juiste hoogte en diepte zitten. Een afwijking bij een van de sluitpunten kan ervoor zorgen dat de deur zwaar sluit of dat de vergrendeling niet volledig invalt.
Voor renovatie is het vaak wenselijk om bestaande uitsparingen te benutten. Totale lengte, breedte en lipvorm geven dan de eerste passing. Schroefbeeld en diepte van de uitsparing bepalen hoeveel aanpassing aan het kozijn nodig is. Voor nieuw werk kan juist de meest passende combinatie van slot en sluitplaat worden gekozen.
Een sluitplaat krijgt bij dagelijks gebruik herhaald contact met dag- en nachtschoot. De rand van de uitsparing moet daarom vormvast blijven en mag de schoot niet afremmen. Slijtage of bramen kunnen leiden tot zwaar sluiten of een deur die niet vanzelf in het slot valt.
Voor zichtwerk bepaalt de afwerking mede het eindbeeld van kozijn en deur. Aluminium, RVS en verzinkt staal hebben ieder een andere uitstraling en bescherming. De materiaalkeuze hoort aan te sluiten op gebruiksintensiteit, vochtbelasting en het overige hang- en sluitwerk.
Voor bestaande kozijnen is exacte passing vaak belangrijker dan bij nieuw werk. Oude uitsparingen, schroefgaten en beschadigingen bepalen hoeveel ruimte er is voor een nieuwe sluitplaat. Een model dat iets groter is kan beschadigingen afdekken, maar mag de schootbeweging niet verstoren.
Voor stompe deuren opdekdeuren en kozijnen met tochtprofielen kan de positie van de schoot verschillen. De sluitplaat moet aansluiten op de deurstand en op de manier waarop het slot in de deur zit. Ook de lipvorm kan bepalend zijn voor een nette sluiting.
Een goede sluitplaat houdt de deur stil, ondersteunt het slot en werkt het kozijn netjes af. Daardoor is dit kleine onderdeel belangrijker voor comfort en veiligheid dan de afmetingen op het eerste gezicht doen vermoeden.
Elke werkdag van 8:30 tot 17:00!