Lasruiten beschermen de ogen tegen fel laslicht, UV-straling en infraroodstraling. Ze worden geplaatst in een lashelm of laskap en vormen een belangrijk onderdeel van de gelaatsbescherming tijdens lassen.
De keuze hangt samen met het lasproces, de lichtintensiteit en het zicht op het smeltbad. Een ruit moet voldoende bescherming bieden, maar ook genoeg contrast geven om het werkstuk goed te kunnen volgen. Te lichte filtering belast de ogen. Te donkere filtering maakt positioneren en volgen van de lasboog juist lastiger.
Groene lasruiten worden veel gebruikt omdat ze contrast geven tussen smeltbad en omgeving. De groene kleur absorbeert een deel van het rood- en infraroodspectrum, waardoor het lasbeeld rustiger kan worden. Neutrale lasruiten geven een ander kleurbeeld en kunnen prettiger zijn wanneer kleurherkenning rond het werkstuk belangrijk is.
North-lasruiten komen voor in groene en neutrale uitvoeringen. Bij vervanging hoort de ruit goed in de houder van de lashelm te vallen. Lengte, breedte en dikte bepalen de passing. Filterwaarde en helderheid bepalen daarna hoe bruikbaar de ruit blijft bij het gekozen lasproces.
Lasruiten krijgen te maken met stof, lasspetters, krassen en hitte. Een bekraste of vervuilde ruit vermindert het zicht en maakt nauwkeurig lassen moeilijker. Voorzetruiten beschermen de filterruit en zijn vaak eenvoudiger te vervangen dan de hoofdruit.
Voor regelmatig laswerk is beschikbaarheid van ruiten, voorzetruiten en binnenruiten per helmsysteem belangrijk. Dan blijft de lashelm bruikbaar zonder dat bescherming of zichtkwaliteit achteruitgaat. Krasgevoeligheid, vervangbaarheid en helmcompatibiliteit zijn daarom praktische selectiepunten.
MIG/MAG, TIG en elektrode lassen geven niet hetzelfde lichtbeeld. Ook stroomsterkte, werkafstand en materiaalreflectie beïnvloeden hoe fel de lasboog wordt ervaren. Een ruit die goed beschermt maar te weinig detail toont, maakt naden volgen en startpunten terugvinden lastiger.
Een passende lasruit brengt bescherming en zicht samen. Filterwaarde en kleurbeeld bepalen hoe rustig het lasbeeld wordt. De ruitmaat en de dikte bepalen of de ruit goed in de helm of kap blijft zitten. De voorzetruit beschermt tegen lasspetters en houdt de filterruit langer bruikbaar.
Voor vervanging is het vooral belangrijk dat de ruit bij hetzelfde helmsysteem hoort. Een afwijkende maat kan kieren, verschuiven of spanning in de houder geven. Bij laswerk waar veel wordt gewisseld tussen processen, materialen of stroomsterktes is een duidelijke voorraad passende ruiten en voorzetruiten praktisch. Zo blijft de bescherming voorspelbaar en blijft het zicht op de lasnaad helder genoeg voor nauwkeurig werk.
Ook opslag en schoonhouden hebben invloed op de levensduur. Losse ruiten blijven kwetsbaar voor krassen wanneer ze tussen gereedschap of slijpstof liggen. Een schone, passende ruit geeft rustiger zicht en voorkomt dat een lashelm eerder wordt vervangen dan nodig is. Reserve-ruiten beperken stilstand.
Een lasruit moet passen bij de lashelm, de gewenste bescherming en het zicht tijdens het lassen.
Elke werkdag van 8:30 tot 17:00!